Column

Column: Beleid voor Groei

Blog post By Ewout Hoogendoorn

12:00am 01/06/2017

Share this content

Beleid voor Groei

De groei van het aantal hotelkamers blijft ons bezighouden. Kan de markt het aan, ja of nee? We zien in Amsterdam een groei van bijna 3000 kamers in 2011 en 2012; in 2013 en 2014 komt er nog eens een vergelijkbaar aantal bij. Voor de periode 2010 tot 2015 zal straks een toename geregistreerd worden van 20.500 naar circa 26.500; alleen al in Amsterdam.

Allemachtig! Dat is niet niks. Gaat dat niet verkeerd? Ja en nee. Op de korte termijn is zo’n enorme groei van het aanbod in alle opzichten nogal heftig voor de bestaande hotels. Desondanks is de hotelmarkt van de hoofdstad zo sterk, dat de bezettingsgraad en gemiddelde kamerprijzen in Amsterdam in 2012 op hetzelfde niveau zijn gebleven als twee jaar eerder, toen die 3000 extra kamers er nog niet waren. Dat blijkt uit de Hosta-cijfers, maar ook uit andere benchmarks. En dat voor het vijfde jaar van de crisis!

Tot zover het positieve nieuws. Als we in het hier en nu kijken, blijkt dat het eerste kwartaal niet goed was voor de meeste hotels, en het tweede eigenlijk ook niet. Begint het zich dan nu te wreken? Het zal een keer tijd worden, als je het vergelijkt met bijvoorbeeld de architectenbranche, de bouwnijverheid of de uitzendbranche. Die zijn inmiddels gehalveerd of erger. Grote bedrijven in die branches zijn omgevallen. Dat hebben we in de hotellerie gelukkig nog niet gezien. Het toerisme – zakelijk en leisure – is nog een van de weinige branches waar groei in zit. Juist daarom is het noodzakelijk beleid op te stellen waardoor optimaal gebruik gemaakt wordt van deze groei. Dat betekent dat je scherp moet oppassen voor een ‘hotelbubbel’. Iedereen wordt gestimuleerd om in hotels te investeren, ‘omdat het in alle andere segmenten alleen maar slechter gaat’.

Er moet in de hotellerie goed gekeken worden naar de segmenten waarin echte kansen liggen, zoals het budgetsegment. Er moet op gelet worden dat de variëteit van het aanbod wordt versterkt met nieuw aanbod, en men moet oppassen dat nieuw aanbod niet een probleem veroorzaakt. Dus niet te veel van het zelfde bieden; ook niet het probleem vooruitschuiven. Daarmee bedoel ik het ‘omkatten’ van kantoorgebouwen naar hotels, omdat er dan tenminste nog een beetje huur binnenkomt. Als de eigenaar eerst een afschrijving op zijn pand accepteert van 80%, dan wat wandjes timmert en voor een habbekrats een hotel in de markt zet, werkt het marktprincipe niet meer echt.

De vastgoedeigenaar is voor een paar jaar van zijn probleem af. Het kost wat, maar dan is er tenminste weer een gebouw in gebruik. Toch komt dat als een boemerang terug, wanneer de hotelmarkt geen behoefte heeft aan dát product op die plaats. Het wordt daarmee van steeds groter belang om – waar mogelijk – goed te sturen op de kwaliteit van het totaalaanbod. In een gezamenlijke aanpak in de Metropoolregio Amsterdam is dat inmiddels opgepakt.

Deze column is geschreven voor Hospitality Management

This post is tagged with