HOSTA 2012: Kostenbeheersing

Op 5 juni presenteerde Horwath HTL het jaarlijkse HOSTA rapport. Het HOSTA 2012 rapport, de 35e editie, geeft de HOtelSTAtistieken weer van de drie-, vier- en vijfsterrenmarkt in Nederland, België en Luxemburg. Uit het HOSTA rapport blijkt dat zowel de bezettingsgraad als de kamerprijs in 2011 zijn gestegen, met als resultaat een 10% stijging in de RevPAR.

Uit het rapport van Horwath HTL blijkt dat de gemiddelde bezettingsgraad in Nederland het afgelopen jaar opnieuw is gestegen, van 65,1% in 2010 tot 67,2% in 2011. Ondanks het feit dat de bezettingsgraad 2 jaar achter elkaar is gestegen, kan nog niet gesproken worden van een volledig herstel. Tussen 2009 en 2011 is de bezetting met 5,1 procentpunt gestegen, maar daarmee is nog steeds de val van 6,0 procentpunten in 2009 niet goedgemaakt. De bezettingsgraad is dan ook nog niet halverwege de terugweg naar het niveau van 2007, toen nog een bezetting van 72,5% werd genoteerd.

Voor het eerst sinds 2007 is ook de gemiddelde kamerprijs in Nederland weer gestegen, van € 93 in 2010 naar € 98 in 2011. Ook hier geldt dat de stijging van 5,4% niet voldoende is om de eerdere dalingen goed te maken. Tussen 2007 en 2009 daalde de kamerprijs immers van € 110 tot € 93, een daling van ruim 15%.

Dankzij de stijging van zowel de bezettingsgraad als de gemiddelde kamerprijs kon voor de RevPAR, de kameromzet per beschikbare kamer, een stijging van 10% worden genoteerd: van € 60 naar € 66. Daarmee ligt de RevPAR echter nog steeds 17,5% onder het niveau van 2007.

Vooruitzichten: de wijsheid van de massa

De toekomst is altijd in beweging, waardoor voorspellingen altijd aan verandering onderhevig zijn. Dit geldt des te meer in perioden van grote turbulentie, zoals de huidige economische situatie in Europa en specifiek in landen als Griekenland en Italië. In september voorspelde het CPB voor 2012 nog een economische groei van 1%. In december was dit al omgezet naar een krimp van -0,5%, en inmiddels wordt uitgegaan van -0,75%. Het is dan ook niet vreemd dat ook de Nederlandse hoteliers snel somberder zijn geworden in hun verwachtingen voor 2012. Hierdoor kon het gebeuren dat dezelfde hoteliers die in januari hun groeiprojecties aan ons doorgaven, zich in februari al niet meer in de cijfers herkenden.

De projecties voor 2012 zijn in het HOSTA rapport dan ook naar beneden bijgesteld. In het HOSTA 2011 rapport werd voor 2012 nog een bezettingsgraad voorspeld van 70,1%; inmiddels is dit teruggebracht tot 68,7%. Dit is nog steeds een stijging ten opzichte van 2011, maar slechts minimaal. Daarentegen zijn de hoteliers iets optimistischer geworden over de gemiddelde kamerprijs: de verwachting is nu dat deze in 2012 uitkomt op € 100; 2% hoger dan de huidige € 98, die men eerder verwachtte pas in 2012 te zullen bereiken. Per saldo zou de RevPAR daarmee in 2012 uitkomen op € 68; 3% hoger dan de gerealiseerde RevPAR in 2011, maar 1,5% lager dan de eerdere voorspellingen.

Daarmee rijst de vraag hoe betrouwbaar de voorspellingen in het HOSTA rapport zijn. De prognoses worden gebaseerd op het gemiddelde van de verwachtingen van de individuele hoteliers. Uiteraard zijn deze het niet allemaal met elkaar eens: sommige hoteliers zijn optimistisch en voorspellen sterke stijgingen, andere zijn pessimistischer en gaan uit van een daling. Tezamen zouden de verwachtingen een weloverwogen voorspelling voor de toekomst moeten vormen.

Deze methode is uiteraard niet nieuw, maar lijkt wel nieuw wanneer je het via internet doet. Dan heet het “crowdsourcing” en maak je gebruik van de “wisdom of crowds”. Dat klinkt als kuddegedrag, maar moderne bedrijven zweren erbij en Nederlandstalige twitteraars hebben er speciaal de hashtag #durftevragen voor uitgevonden (inmiddels #dtv, want dat scheelt weer een paar karakters).

Bij de wijsheid van de massa zijn natuurlijk wel wat vraagtekens te plaatsen, maar wanneer het over de hotelmarkt gaat moet de wijsheid van de Nederlandse hotelier niet worden onderschat. In het HOSTA 2011 rapport werd, op basis van de antwoorden van de deelnemende hoteliers, voorspeld dat de bezettingsgraad in 2011 68% zou zijn
bij een gemiddelde kamerprijs van €97, wat neerkomt op een RevPAR van € 66. In werkelijkheid blijkt de bezettingsgraad een procentje lager te zijn geweest, en de gemiddelde kamerprijs een procentje hoger, waarmee de hoteliers de RevPAR exact goed voorspeld hebben. We zullen volgend jaar zien of deze mate van accuratesse ook dit jaar is behaald.

Kostenbeheersing

Tijdens een crisis daalt de bezettingsgraad, worden de prijzen verlaagd en zakt de omzet in. De enige manier om dan het bedrijfsresultaat nog enigszins op niveau te houden, is door te besparen op de kosten. De Nederlandse hotels hebben kostenbesparingen doorgevoerd tijdens de crisis in 2003, en opnieuw in 2009. Verschillende hotels hebben hierbij zelfs vrijwillig sterren opgegeven om de bezuinigingen mogelijk te maken. Als de hernieuwde crisis inderdaad aanhoudt in 2012, zal blijken of de hotels nog verder kunnen bezuinigen. Bijkomend voordeel van besparingen tijdens crisistijd is dat deze, wanneer de omzet weer aantrekt, kunnen leiden tot nieuwe recordhoogtes in de bedrijfsresultaten.

In 2011 steeg de totale omzet per kamer, de TRevPAR, van € 109 tot € 119, een stijging van 9,2%. Omdat de kosten minder hard stegen, nam het bedrijfsresultaat iets toe: van 35,4% in 2010 tot 35,9% in 2011. Uitgedrukt in euro’s per beschikbare kamernacht name de GOPPAR toe van € 39 tot € 43, een stijging van 10,3%. Van de € 10 omzetstijging bleef op GOP niveau maar € 4 over.

Elk bedrijf heeft te maken met vaste en variabele kosten. De vaste kosten worden gezien als een gegeven, de variabele kosten kunnen stijgen of dalen met de omzet. Het break-even point wordt bereikt wanneer het verschil tussen de omzet en de variabele kosten voldoende is om de vaste kosten te dekken.

In het Uniform Rekeningschema voor Hotels spreekt men van directe en indirecte kosten. Directe kosten kunnen rechtstreeks worden herleid tot afdelingen en omzetten, zoals de afdeling Kamers en de afdeling Food & Beverage. Bij de indirecte kosten, zoals administratie en marketing, kan dit niet. Binnen een afdeling kan dan weer onderscheid worden gemaakt tussen, min of meer, vaste kosten en variabele kosten. Bij de kamerafdeling worden bijvoorbeeld de personeelskosten (vooral front office) veelal gezien als vaste kosten, terwijl de overige kosten (inkoop, schoonmaak, wasserij) worden gezien als variabele kosten.

In tijden van crisis, wanneer de kamerprijzen sterk dalen, kun je dan ook discussiëren over de minimale prijs die een hotelnacht moet opbrengen om rendabel te zijn. Draagt elke euro boven de commissies en overige directe kosten bij aan het resultaat, of moeten ook de directe personeelskosten worden meegerekend? Waar ligt het break-even punt? Het is een strategische afweging waar elke hotelier een eigen mening over heeft, en waar het HOSTA rapport geen uitsluitsel kan geven. Wel kunnen we aangeven wat deze kosten gemiddeld zijn.

Zoals aangegeven was de gemiddelde kamerprijs in 2011 in Nederland € 98. Hiervan moet in ieder geval € 5 worden afgetrokken voor commissies, gemiddeld 5,3% van de kamerprijs. Het betreft hier een gemiddelde van alle kamernachten, inclusief directe boekingen, boekingen via de eigen hotelsite en boekingen via online travel agents. Het gemiddelde is dan ook aanzienlijk lager dan de commissies die websites als Booking.com en Expedia in de praktijk hanteren.

Vervolgens moet rekening worden gehouden met gemiddeld € 13 aan overige directe kosten. Als er dan ook nog van wordt uitgegaan dat de gemiddelde loonkosten van € 19 per verkochte kamernacht moeten worden gedekt, resteert gemiddeld € 61 per kamernacht aan afdelingsresultaat, ofwel 62%. Dit is het bedrag dat de gemiddelde kamernacht in 2011 heeft bijgedragen aan de dekking van de indirecte kosten en het bedrijfsresultaat. Opvallend is dat in 2011 zowel de driesterren als viersterren hotels ongeveer hetzelfde afdelingsresultaat op de kamers behaalden, maar dat dit voor de vijfsterren hotels slechts 53% was. Hoewel de gemiddelde kamerprijs van een vijfsterren hotel ruim 90% boven het landelijk gemiddelde ligt, zijn de directe kosten per kamernacht maar liefst 138% hoger. De bijdrage van een vijfsterren kamernacht aan het bedrijfsresultaat is hierdoor nog maar 61% hoger dan het landelijk gemiddelde. Het blijkt dat het moeilijk is om te bezuinigen zonder dat dit ten koste gaat van de vijfsterren kwaliteit. Als de crisis aanhoudt, zouden we volgend jaar wel weer een paar minder vijfsterrenhotels kunnen hebben.

Marco C. van Bruggen (vanbruggen@HorwathHTL.nl)

Het HOSTA 2011 rapport is te bestellen via het bestelformulier.

 
Profile Image
About The Author

Marco van Bruggen

Business Recovery, Tourism, Valuations, Transactional Advice, Asset Management, Planning & Development
As senior consultant with Horwath HTL, Marco van Bruggen has carried out over 150 market analyses, feasibility studies and valuations for stand-alone and mixed-use projects including hotels, meeting centres, golf courses and leisure facilities in The Netherlands, Belgium and Luxembourg. Notable projects include a study into the hotel market in all 10 municipalities along the Flemish coast, an analysis of hotel development potential and opportunities in the Dutch province of Zeeland and a feasibility study for the extension of hotel and conference facilities of Novotel Amsterdam. Additionally, Marco organises and coordinates all annual and bi-annual market statistics available from Horwath HTL Benelux, including the annual Hotel Statistics (HOSTA). Marco also maintains press relations for Horwath HTL and has written articles for publications such as Hospitality Management, NRIT Magazine and Global Hotel Network.
Senior Consultant @ The Netherlands
view my profile...